Artikel 164 WVW: invordering rijbewijs uitgelegd
Artikel 164 WVW is de wettelijke basis voor de invordering van het rijbewijs door de politie. Voor veel bestuurders is dat een ingrijpende maatregel, zeker als u uw rijbewijs nodig heeft voor werk, onderneming of gezin. Daarom is het belangrijk om snel te begrijpen wat invordering precies betekent, wanneer de politie daartoe bevoegd is, wat de rol van de officier van justitie is en wanneer uw rijbewijs moet worden teruggegeven.
Op deze pagina leest u in gewone taal hoe artikel 164 Wegenverkeerswet werkt. Daarbij maken we het onderscheid duidelijk tussen vordering tot afgifte, invordering en inhouding van het rijbewijs. Ook leggen we uit welke overtredingen vaak leiden tot invordering, hoe de 10-dagentermijn werkt en wat er gebeurt als het Openbaar Ministerie besluit uw rijbewijs onder zich te houden.
Wat regelt artikel 164 WVW precies?
Artikel 164 van de Wegenverkeerswet 1994 regelt wanneer een rijbewijs direct kan worden afgenomen in het strafrechtelijke traject. Het artikel gaat niet alleen over de feitelijke invordering van het rijbewijs, maar ook over de daaropvolgende beslissing van de officier van justitie om het rijbewijs terug te geven of in te houden.
In de praktijk verloopt dat meestal in drie stappen:
- de politie vordert dat u uw rijbewijs afgeeft;
- het rijbewijs wordt ingevorderd en naar het Openbaar Ministerie gestuurd;
- de officier van justitie beslist vervolgens of het rijbewijs wordt ingehouden of teruggegeven.
Wie zoekt op artikel 164 WVW invordering rijbewijs, zoekt meestal niet alleen de wettekst, maar vooral antwoord op praktische vragen: wanneer mag dit, hoe lang kan mijn rijbewijs ingevorderd blijven?, en wanneer krijgt u uw rijbewijs terug?
Vordering, invordering en inhouding van het rijbewijs: het verschil
Deze begrippen worden vaak door elkaar gebruikt, maar juridisch betekenen ze niet hetzelfde.
Vordering tot afgifte
De politie kan u verplichten uw rijbewijs direct af te geven. Dat heet de vordering tot overgifte of afgifte. U moet dan op eerste vordering uw rijbewijs afstaan als aan de wettelijke voorwaarden is voldaan.
Invordering rijbewijs
De invordering van het rijbewijs is het moment waarop het document daadwerkelijk door de politie wordt ingenomen. Vanaf dat moment kunt u er niet meer mee rijden en wordt het rijbewijs doorgestuurd naar het OM.
Inhouding rijbewijs
Daarna beslist de officier van justitie of het rijbewijs wordt ingehouden. Inhouding betekent dat het OM het rijbewijs voorlopig onder zich houdt in afwachting van verdere afdoening van de zaak.
Dit onderscheid is belangrijk, omdat termijnen zoals de bekende 10-dagentermijn uit artikel 164 lid 6 WVW gekoppeld zijn aan de invordering en de daaropvolgende beslissing over inhouding. Lees ook meer over het verschil tussen invordering, inhouding en ongeldigverklaring.
Wanneer mag de politie uw rijbewijs invorderen op grond van artikel 164 WVW?
De politie mag uw rijbewijs niet in iedere verkeerszaak invorderen. Artikel 164 WVW noemt concrete situaties waarin dat wel mag of zelfs moet gebeuren. De belangrijkste gevallen zijn rijden onder invloed, weigering van medewerking aan onderzoek, zeer hoge snelheidsovertredingen en gevaarlijk verkeersgedrag waarbij de verkeersveiligheid ernstig in gevaar is gebracht.
Invordering bij alcohol
Een bekend voorbeeld is rijden onder invloed boven de invorderingsgrens. Dan kan de politie direct uw rijbewijs afnemen. Daarbij gelden wettelijke grenswaarden, waarbij onderscheid kan worden gemaakt tussen beginnende en ervaren bestuurders. Ook als de ademanalyse niet direct volledig rond is, kan de zaak verder worden onderzocht, bijvoorbeeld via bloedonderzoek.
Invordering bij weigering van onderzoek
Ook als u weigert mee te werken aan een ademonderzoek of bloedonderzoek kan artikel 164 WVW worden toegepast. De wet ziet dit als een ernstige situatie, omdat daarmee controle op rijden onder invloed wordt gefrustreerd.
Invordering bij hoge snelheid
Bij forse snelheidsovertredingen geldt eveneens een directe invorderingsbevoegdheid. In de praktijk gaat het vaak om:
- 50 km/u of meer te hard met een motorvoertuig;
- 30 km/u of meer te hard met een bromfiets.
Juist bij dit soort zaken is de feitelijke onderbouwing belangrijk, zoals de meting, de juiste correctie en de vraag of sprake was van een geldige staandehouding.
Invordering bij ernstig gevaar voor de verkeersveiligheid
Artikel 164 lid 3 WVW biedt daarnaast ruimte om een rijbewijs in te vorderen als door het verkeersgedrag de veiligheid op de weg ernstig in gevaar is gebracht. Dat is een zwaardere toets dan een gewone verkeersovertreding. Niet ieder ongeval of iedere fout is daarvoor voldoende. Het gaat om gedrag dat concreet en ernstig gevaarzettend is.
Denk bijvoorbeeld aan situaties waarin meerdere gevaarlijke gedragingen samenkomen, of aan één zeer ernstige gedraging met duidelijk risico voor andere weggebruikers. Ook zonder ongeval kan invordering dan mogelijk zijn. Andersom geldt ook: het enkele feit dat een ongeval heeft plaatsgevonden, betekent nog niet automatisch dat invordering terecht is.
Veelvoorkomende gronden voor invordering op een rij
| Situatie | Kan artikel 164 WVW worden toegepast? | Praktisch gevolg |
|---|---|---|
| Rijden onder invloed boven de grens | Ja | Politie kan rijbewijs direct invorderen |
| Weigeren adem- of bloedonderzoek | Ja | Invordering mogelijk, daarna beoordeling door OM |
| 50 km/u of meer te hard | Ja | Rijbewijs wordt vaak direct ingevorderd |
| 30 km/u of meer te hard op bromfiets | Ja | Directe invordering mogelijk |
| Ernstig gevaarlijk rijgedrag | Ja, bij ernstig gevaar voor verkeersveiligheid | Beoordeling hangt sterk af van de feiten |
| Gewone lichte verkeersovertreding | Meestal niet | Normaal geen invordering op grond van art. 164 WVW |
Hoe verloopt de procedure na invordering van het rijbewijs?
Nadat de politie uw rijbewijs heeft ingevorderd, wordt het samen met het proces-verbaal doorgestuurd naar de officier van justitie. Die moet vervolgens beoordelen of er aanleiding is om het rijbewijs in te houden. In dit stadium draait het niet alleen om wat er is gebeurd, maar ook om de ernst van de zaak, het risico op herhaling en de te verwachten strafzaak.
De procedure bestaat in hoofdlijnen uit deze stappen:
- de politie neemt het rijbewijs in;
- de stukken gaan naar het Openbaar Ministerie;
- de officier van justitie beoordeelt de zaak;
- er volgt een beslissing tot teruggave of inhouding;
- later volgt pas de verdere strafrechtelijke afdoening, bijvoorbeeld via strafbeschikking of zitting.
Voor bestuurders is vooral de periode direct na invordering cruciaal. In die fase wordt vaak bepaald of u snel weer mag rijden of uw rijbewijs voorlopig kwijt bent. U kunt in deze fase ook een verzoek teruggave bij de officier van justitie indienen.
De beslissing van de officier van justitie binnen 10 dagen
Een van de belangrijkste onderdelen van artikel 164 WVW is de verplichting voor de officier van justitie om tijdig te beslissen. In veel gevallen moet binnen 10 dagen na de invordering worden beslist of het rijbewijs wordt ingehouden.
Die termijn is in de praktijk van groot belang. Wordt niet op tijd beslist, dan kan dat gevolgen hebben voor de rechtmatigheid van het verdere vasthouden van het rijbewijs. Daarom wordt juist rondom artikel 164 lid 6 WVW vaak gekeken of de procedure wel correct is gevolgd.
Belangrijk is dat het niet alleen gaat om de datum waarop u de brief ontvangt, maar om het moment waarop de beslissing juridisch is genomen. Toch blijft de termijn een essentieel controlepunt in zaken over een ingevorderd rijbewijs.
Let op: het rijbewijs komt niet automatisch terug na deze termijn; zie rijbewijs niet na 10 dagen terug.
Wanneer moet het rijbewijs worden teruggegeven?
Artikel 164 WVW noemt meerdere situaties waarin teruggave van het rijbewijs aan de orde is. Dat betekent niet automatisch dat iedere zaak snel eindigt, maar wel dat het OM niet onbeperkt een rijbewijs onder zich mag houden.
Teruggave kan bijvoorbeeld in beeld komen als:
- niet tijdig is beslist over inhouding;
- bij nadere beoordeling blijkt dat invordering niet terecht was;
- niet te verwachten is dat een onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid zal volgen;
- de te verwachten ontzegging niet langer is dan de periode waarin het rijbewijs al was ingevorderd of ingehouden;
- de strafzaak niet binnen de wettelijke termijn verder wordt behandeld.
Daarnaast zijn er situaties waarin het rijbewijs niet direct teruggaat naar de houder, maar moet worden doorgestuurd naar een andere instantie. Dat hangt af van de verdere juridische status van het rijbewijs. Voor de meeste bestuurders blijft echter de hoofdvraag: moet het OM het rijbewijs aan u teruggeven of mag het dat nog houden?
Wanneer mag het rijbewijs worden ingehouden?
Dat de politie uw rijbewijs invordert, betekent nog niet automatisch dat het daarna ook wordt ingehouden. Die beslissing ligt bij de officier van justitie. Daarbij kijkt het OM onder meer naar de ernst van de verdenking en of ernstig rekening moet worden gehouden met herhaling of met een onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid.
Bij alcohol en ernstige snelheidsovertredingen is inhouding in de praktijk een bekend vervolg. Bij andere gevallen, zoals weigering van medewerking of gevaarlijk rijgedrag, speelt de concrete feitelijke onderbouwing vaak een grotere rol. Juist daarom is het belangrijk om goed naar het dossier en de procedure te kijken in plaats van alleen naar de omschrijving van de overtreding.
Invordering na een ongeval: geldt artikel 164 WVW dan automatisch?
Nee. Een ongeval op zichzelf is niet genoeg om een rijbewijs in te vorderen. Ook bij een ernstig ongeval moet worden beoordeeld of er een voldoende ernstige verkeersfout is gemaakt en of de verkeersveiligheid daardoor ernstig in gevaar is gebracht. Dat is vooral relevant bij verdenkingen rond artikel 6 WVW, bijvoorbeeld bij letsel of overlijden door schuld in het verkeer.
In de praktijk wordt daarom gekeken naar vragen als:
- welke verkeersregel is precies overtreden;
- hoe ernstig was die overtreding;
- was er concreet gevaarzettend gedrag;
- is er meer aan de hand dan een enkele fout of beoordelingsfout.
Dat maakt dit soort zaken juridisch gevoelig. Zeker na een ongeluk is de impact groot, maar voor een rechtmatige invordering moet nog steeds aan de voorwaarden van artikel 164 Wegenverkeerswet zijn voldaan.
Wat als uw rijbewijs is ingevorderd wegens gevaarlijk rijgedrag?
Bij gevaarlijk rijgedrag draait veel om de vraag of daadwerkelijk sprake was van ernstig gevaar voor de verkeersveiligheid. Niet elke risicovolle manoeuvre haalt die drempel. Wel kan de politie tot invordering overgaan als het verkeersgedrag uitzonderlijk gevaarzettend was, bijvoorbeeld door combinatie van snelheid, locatie, verkeersdrukte en het concrete risico voor anderen.
Daarbij wordt vaak niet alleen gekeken naar één handeling, maar naar het hele rijgedrag in samenhang. Denk aan hard rijden in combinatie met negeren van verkeerslichten, zeer onoverzichtelijke situaties of gedrag waarbij andere weggebruikers direct moesten uitwijken. Juist in dit soort dossiers is de precieze feitelijke beschrijving doorslaggevend.
Mag de politie ook uw voertuig in bewaring stellen?
Ja, dat kan in bepaalde gevallen. Als geen andere bestuurder beschikbaar is of als niet direct aan de vordering tot afgifte van het rijbewijs wordt voldaan, kan een motorrijtuig onder toezicht worden gesteld of in bewaring worden genomen. Dit is een aanvullende maatregel die voorkomt dat toch verder wordt gereden terwijl dat niet meer is toegestaan.
Voor bestuurders is dit vooral praktisch ingrijpend: u bent dan niet alleen uw rijbewijs kwijt, maar kunt ook niet direct over uw voertuig beschikken. Ook daarom is snelle duidelijkheid over de rechtmatigheid van de invordering belangrijk.
Een klaagschrift tegen invordering of inhouding
Artikel 164 WVW biedt de mogelijkheid om tegen invordering of inhouding op te komen. Dat kan via een klaagschriftprocedure bij de rechtbank. In algemene zin is dat een route om te laten toetsen of het rijbewijs terug moet, maar of dat in uw zaak zinvol is, hangt af van de feiten, de timing en de stand van het dossier. Lees hoe dat werkt in het klaagschrift tegen inhouding van het rijbewijs.
Een klaagschrift is dus niet automatisch in iedere zaak de eerste of beste stap. Vaak moet eerst goed worden beoordeeld of de invordering rechtsgeldig was, of de 10-dagentermijn is gehaald en hoe sterk de verdenking juridisch is onderbouwd. Deze procedure mondt vaak uit in een zitting bij de rechtbank; zie de uitleg over de raadkamerzitting.
Schadevergoeding bij onterechte invordering van het rijbewijs
Als achteraf blijkt dat de invordering of inhouding niet terecht was, kan in bepaalde gevallen schadevergoeding aan de orde komen. Dat speelt bijvoorbeeld bij vrijspraak, sepot of wanneer de zaak eindigt zonder straf of maatregel die de invordering rechtvaardigt.
Zo’n vergoeding kan zien op daadwerkelijk geleden schade en in sommige gevallen ook op immateriële schade wegens het gemis van het rijbewijs. Of dat in uw situatie kansrijk is, hangt af van de uitkomst van de strafzaak en de reden waarom het rijbewijs eerder is ingevorderd of ingehouden.
Waar wordt in de praktijk vaak op gecontroleerd?
Bij een ingevorderd rijbewijs draait het niet alleen om de vraag wat er volgens de politie is gebeurd, maar ook of de wettelijke procedure goed is gevolgd. Veel zaken over artikel 164 WVW staan of vallen met de details.
- Is er een geldige wettelijke grond voor invordering?
- Is de feitelijke verdenking voldoende onderbouwd?
- Klopt de meting of uitslag waarop de invordering rust?
- Is de staandehouding juridisch correct verlopen?
- Is op tijd beslist binnen de wettelijke termijn?
- Is inhouding nog wel proportioneel gelet op de zaak en de te verwachten afdoening?
Juist deze punten maken het verschil tussen een algemene uitleg van de wet en een concrete beoordeling van uw eigen situatie.
Veelgestelde vragen over artikel 164 WVW en invordering rijbewijs
Wat betekent artikel 164 WVW?
Artikel 164 WVW regelt wanneer de politie een rijbewijs mag invorderen en wanneer de officier van justitie dat rijbewijs mag inhouden of moet teruggeven.
Wanneer wordt een rijbewijs ingevorderd?
Dat gebeurt onder meer bij rijden onder invloed boven de wettelijke grens, weigering van onderzoek, zeer hoge snelheidsovertredingen en ernstig gevaarlijk rijgedrag.
Is invordering hetzelfde als inhouding?
Nee. Invordering is het afnemen van het rijbewijs door de politie. Inhouding is de latere beslissing van de officier van justitie om het rijbewijs onder zich te houden.
Hoe belangrijk is de 10-dagentermijn?
Die termijn is zeer belangrijk. De officier van justitie moet binnen de wettelijke termijn beslissen over inhouding. Of dat correct is gebeurd, is vaak een belangrijk juridisch controlepunt.
Krijgt u uw rijbewijs automatisch terug als de zaak nog loopt?
Nee, niet automatisch. Wel zijn er wettelijke situaties waarin teruggave moet volgen, bijvoorbeeld als niet tijdig is beslist of als een onvoorwaardelijke ontzegging niet te verwachten is.
Kan een ongeval op zichzelf leiden tot invordering?
Nee. Er moet meer aan de hand zijn dan alleen het feit dat een ongeval heeft plaatsgevonden. De ernst van de verkeersfout en het gevaar voor de verkeersveiligheid zijn bepalend.
Geldt artikel 164 Wegenverkeerswet ook bij snelheid?
Ja. Bij 50 km/u of meer te hard met een motorvoertuig, of 30 km/u of meer te hard met een bromfiets, kan invordering van het rijbewijs aan de orde zijn.
Hulp nodig na invordering van uw rijbewijs?
Is uw rijbewijs ingevorderd op grond van artikel 164 WVW en wilt u snel weten waar u staat? Rijbewijsingevorderd.nl is gespecialiseerd in zaken over ingevorderde rijbewijzen en beoordeelt of de invordering en inhouding juridisch klopt. U kunt contact opnemen voor een gratis telefonische intake en directe beoordeling van uw situatie.